conducteur

Thesaurus

conducteur:

tramconducteur
Vertalingen

conducteur

(kondʏkˈtœr) mannelijk meervoud -s

conductrice

Schaffner, Aufseher, Chauffeur, Fahrer, Führer, Kondukteurconductor, driver, guard, ticket collectorcontrôleur, bus], contrôleur/-euse, receveur/-euse [tramguidatore, mandriano, controlloreجَامِعُ التَذَاكِرvýběrčí lístkůbilletkontrollørεισπράκτορας εισιτηρίωνrevisorrahastajakondukter改札係집찰원billettørbiletercobrador de bilhetes, fiscal, maestroбилетный контролерspärrvaktผู้เก็บตั๋วbiletçingười thu vé收票员проводникמנצח (kondʏkˈtrisə) vrouwelijk meervoud -s
zelfstandig naamwoord
iemand die als beroep in de trein kaartjes controleert