circus

Vertalingen

circus

Zirkuscircuscirquecircoسِرْكcirkuscirkusτσίρκοcircosirkuscirkusサーカス서커스sirkuscyrkcircoциркcirkusโรงละครสัตว์sirkrạp xiếc马戏场циркקרקס (ˈsɪrkʏs)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -sen
1. voorstelling in een tent met dieren en artiesten een circusnummer met leeuwen
2. gebeurtenis met veel spektakel mediacircus