chef

Vertalingen

chef

(ʃɛf) mannelijk meervoud -s

cheffin

Befehlshaber, Chef, Häupling, Haupt, Herr, Oberhaupt, Vorsteherboss, chef, chief, leader, superiorchefjefecapo, imprenditore厨师พ่อครัว廚師השףσεφ요리사готвачшеф-поварシェフ (ʃɛˈfɪn) vrouwelijk meervoud -nen
zelfstandig naamwoord
iemand die de baas is van een afdeling aan de chef vragen of je verlof kunt krijgen chef-kok