charme

Vertalingen

charme

Charme, Anmutcharmcharme, chien, magieفِتْنَة, سحرšarmcharmeγοητείαencantoviehätysvoimašarmfascino魅力매력sjarmurokcharme, encantoшарм, очарованиеcharmเสน่ห์çekimsức quyến rũ魅力קסם魅力чар (ˈʃɑrmə)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
eigenschap waardoor mensen iets of iemand leuk vinden Haar goedlachsheid is haar charme. De haven is de charme van Rotterdam.