cel

Thesaurus
Vertalingen

cel

Zelle, Karzer, Violincellocell, cellocellule, batterie, cachot, pile, prison, violoncelle, alvéole [hive]cela, buňkaκύτταρο, κελίcélulakammio, solucella, violonvello, cellulacela, komórkacélula, celaкелья, клеткаcellخَلِيَّةcellećelija細胞세포celleเซลล์hücretế bào细胞клетка (sɛl)
zelfstandig naamwoord meervoud -len
1. kamertje in een gevangenis of in een klooster tweepersoonscel
2. biologie heel klein onderdeeltje van een levend wezen dat je alleen kunt zien met een microscoop kankercel plantencel
de hersenen
3. kleinste onderdeel van een grote organisatie een cel van een terreurbeweging