cadeau

Thesaurus

cadeau:

geschenk
Vertalingen

cadeau

Geschenk, Angebinde, Gabe, Spende, Vermächtnisgift, presentcadeau, donδώροregalo, obsequiopresente, talento, regaloهَدِيَّةdárekgavelahjadarプレゼント선물presangprezentpresenteподарокpresentของขวัญarmağanquà礼物禮物מתנה (kaˈdo)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
wat je zo maar krijgt van iemand cadeaus krijgen op je verjaardag kerstcadeau iemand iets cadeau doen
er veel moeite voor moeten doen