bus

Vertalingen

bus

Bus, Autobus, Briefkasten, Nabe, Trommelbus, autobus, drum, hub, letterbox, mailbox, omnibus, can, nave, tin, tincanautobus, tambour, bus, boîte aux lettres, (auto-/omni-)bus, boîte (en métal)ônibus, barramento, autocarroавтобусcassetta postale, autobusباصautobusbusλεωφορείοautobús, buslinja-autoautobusバス버스bussautobusbussรถประจำทางotobüsxe buýt公共汽车, 巴士巴士אוטובוסавтобус (bʏs)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -sen
1. ronde hoge doos van metaal waarin je iets bewaart koffiebus voorraadbus
2. bak op straat met een opening waarin je post kunt doen die je wegstuurt een brief in de bus doen
3. grote auto voor meer dan twintig personen met de bus naar het station gaan streekbus
4. dat klopt precies
5. als resultaat bekend worden John kwam als winnaar van de wedstrijd uit de bus.