bureau

Thesaurus

bureau:

lessenaarbureaumeubel, schrijftafel, kantoor,
Vertalingen

bureau

Büro, Schreibtisch, Amtdesk, office, bureau, writingdesk, writing‐deskbureau, poste (de police), service, cabinetمكتب, مَكْتَبkancelář, psací stůloficina, escritoriokonttori, liikehuoneisto, toimipaikka, toimisto, virasto, työpöytäמשרדhivatal, irodaskrifstofaufficio, scrivania事務所, 執務室, 机사무소, 사무실, 책상kontor, skrivebordbiuro, biurkoescritório, escrivaninha, secretáriaконтора, столpisarnakancelarija, pisarnica, poslovnica, канцеларија, писарница, пословницаkontor, skrivbord办公室, 办公桌skrivebordγραφείοpisaći stolโต๊ะsırabàn giấy (byˈro)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
1. tafel met laden om aan te werken aan/achter je bureau zitten schrijven
2. kantoor van de politie of andere organisatie politiebureau adviesbureau
3. werkkamer Komt u even langs op mijn bureau.