bulderen

(doorverwezen van bulderde)
Thesaurus
Vertalingen

bulderen

brausen, donnern, heulen, sausen, zetern, zischenroar, thunder, yell, howltonner, gronder, clamer, mugir, retenir, mugir [mer], rugir [vent]ruggire, ruggito (ˈbʏldərə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd bulderde , voltooid deelwoord heeft gebulderd
luid dreunend geluid maken De wind buldert. met bulderende stem bulderen van het lachen