buit

Thesaurus
Vertalingen

buit

Beute, Dieberei, Errungenschaft, Erwerb, Fang, Raub, Wildbretaccession, asset, booty, gain, acquisition, catch, prey, prize, spoilacquisition, gibier, proie, butin, prise, capture, obtentionbrìscola, vantaggio (bœyt)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud
wat je gestolen hebt De buit bestaat uit geld en sieraden.