buis

Thesaurus
Vertalingen

buis

Brustwams, Jacke, Kamisol, Männerrock, Rohr, Röhre, Schlauch, Wamsjacket, pipe, barrel, channel, tube, conduit, nozzletube, tuyau, veston, veste, petit écran, télé, canal, canon, conduit, conduite, lampetubotubogiubbaтръбаأنبوبтрубкаtrubiceσωλήναςTube튜브שפופרת (bœys)
zelfstandig naamwoord meervoud buizen
1. holle ronde pijp waar vloeistoffen of gassen doorheen gaan waterleidingbuis
2. televisie voor de buis zitten
3. te laag cijfer (lager dan zes) voor een examen een buis krijgen