bui

Vertalingen

bui

Eigensinn, Kaprize, Laune, Schauercaprice, whim, mood, showercaprice, giboulée, averse, humeur, ondée, pluie, accèsшквалcapriccio (bœy)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
1. korte periode van hevige regen, sneeuw of hagel voor de bui binnen zijn
2. humeur, stemming een boze bui
3. af en toe, zo nu en dan bij buien somber zijn