broodje

Thesaurus

broodje:

puntjekadetje,
Vertalingen

broodje

Brötchen, Semmelrollpetit pain, sandwichpanino, rotolare, ruolo (ˈbrocə)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
klein brood dat je uit de hand eet broodje haring
broodje met sla, kaas, tomaten en komkommer
na een slechte daad iemand met mooie woorden proberen weer in een goede stemming te brengen