broeder

Thesaurus

broeder:

hulplekenbroeder, verpleger, diaken,
Vertalingen

broeder

Bruderbrother, sibling, nursefrère, infirmier, compagnonhermano兄弟fratelloVeliбрат兄弟兄弟brorbratr형제αδερφόςбратirmão (ˈbrudər)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
1. verpleger in een ziekenhuis Op deze afdeling werken geen broeders.
2. broer Ben ik mijn broeders hoeder?