bril

Vertalingen

bril

Brille, Augengläserspectacles, glasses, seat, pair of eyeglasses, pair of glasses, pair of specs, pair of spectacles, specslunettes, siège, lunette [de w.-c.], verresγυαλιά, ματογυάλιαgafas, anteojo, gafaocchiali, lenteنَظَّارَات, نَظَّارَةbrýlebrillersilmälasitnaočale, specifikacija眼鏡안경brillerokularyóculosочкиglasögon, specifikationerแว่นตาgözlük, özelliklerkính đeo mắt眼镜משקפיים眼鏡очила (brɪl)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -len
1. voorwerp met glazen op je neus om goed te kunnen zien of ter bescherming een bril voor dichtbij nodig hebben zonnebril
2. ovaal voorwerp met een gat dat op de wc ligt Heren, graag de bril omhoog!