breed

Thesaurus

breed:

breedgeschouderdveelzijdig,
Vertalingen

breed

breit, weitbroad, widelarge, ample, largement, amplement, libéralement, grandancho, de par en parlargo, ampio, del tuttoبِكَامِلِهِ, عَرِيض, واسِعširoce, širokýbred, bredtπλατιά, πλατύς, φαρδύςlevällään, leveäširok, širom広い, 広く넓게, 넓은, 폭이 넓은bred, bredtobszerny, szeroki, szerokoamplo, largamente, largoширокий, широкоbred, brettกว้าง, กว้างขวางferah, genişrộng, rộng rãi宽的, 宽阔的, 广阔地широкרחב (bret)
bijvoeglijk naamwoord
1. smal met grote afstand tussen de lange kanten een brede straat een kamer van vier meter breed
2. niet veel geld hebben