| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.768.657.643 Bezoekers. |
|
branden |
0,07 sec. |
|
branden ww branden (brandde enk ovt; heeft gebrand volt deelw) [ˈbrɑndə(n)]
1 in brand staan Het huis brandt al urenlang. 2 pijn hebben door te grote hitte of door gloeien je hand branden aan een hete pan brandende lippen 3 (van lampen, kachels) licht of warmte geven;= aan zijn 4 (een cd) maken gegevens op een cd branden Thesaurus Vertalingen branden Brand, braten, brennen, destillieren, rösten, verbrennen branden brûler, griller, rôtir, distiller [alcool], être allumé, flamber, graver (dans), se brûler, tabac], torréfier [café, distiller, taper branden quemar branden يَحرق branden spálit branden brænde branden καίω branden polttaa branden gorjeti branden 燃やす branden ...을 불태우다 branden brenne branden oparzyć branden queimar branden жечь branden bränna branden ไหม้ เผาไหม้ branden yakmak branden đốt cháy branden 烧 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|