voortbrengen

(doorverwezen van bracht voort)
Vertalingen

voortbrengen

erzeugen, gebären, hervorbringen, produzieren, zur Welt bringenafford, bear, givebirthto, produce, engender, gender, utterproduire, faire naître, mettre au monde, créer, engendrer ('vordbrɛŋə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd bracht voort , voltooid deelwoord heeft voortgebracht
laten ontstaan De gong bracht een doordringend geluid voort. Oorlog brengt alleen maar ellende voort.