toebrengen

(doorverwezen van bracht toe)
Vertalingen

toebrengen

angeben, erteilen, geben, herreichengivebailler, donner, abouler, passer (ˈtubrɛŋə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd bracht toe , voltooid deelwoord heeft toegebracht
(iets onaangenaams) veroorzaken schade toebrengen
iemand ernstig verwonden