terugbrengen

(doorverwezen van bracht terug)
Vertalingen

terugbrengen

zurückbringen, wiederbringenramener, reporter, rapporter, réduire, remporter, rappelerbring back, take back, returnيُعيدpřipomenoutbringe tilbageεπαναφέρωrecordarpalauttaapodsjetitiriportare戻す상기시키다ta med (seg) tilbakeprzywrócićfazer lembrar, trazer de voltaнапоминатьhämta hitนำกลับมาgeri getirmekhồi tưởng拿回来 (təˈrʏxbrɛŋə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd bracht terug , voltooid deelwoord heeft teruggebracht
1. brengen naar de plek waar iets of iemand vandaan komt Na het partijtje word je teruggebracht naar huis.
2. verminderen iets terugbrengen tot de juiste proporties