braaf

Thesaurus

braaf:

zoetsmakendgesuikerd, zoet,
Vertalingen

braaf

brav, sittsam, tapfer, tüchtig, tugendhaft, wacker, züchtigbrave, gallantbrave, vaillant, sagegalante (braf)
bijvoeglijk naamwoord
die zich goed gedraagt braaf doen wat je gevraagd wordt brave hond