| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.786.354.301 Bezoekers. |
|
hoofd |
0,17 sec. |
|
hoofd zn onz hoofd (-en mv) [hoft]
1 bovenste deel van je lichaam, met je ogen, neus, mond, oren en hersenen je hoofd schudden omdat je iets niet goed vindt je hoofd kaal scheren omdat je dat stoer vindt staan 2 iemand die de leiding heeft van een onderdeel van een organisatie hoofd van de afdeling personeelszaken boven het hoofd groeien (van moeilijkheden) te groot worden voor iemand Door drukte groeit het werk me momenteel boven het hoofd. boven het hoofd hangen dreigen te gebeuren (van iets vervelends) Er hangt hem een celstraf van vijf jaar boven het hoofd. over het hoofd zien per ongeluk niet zien of aan denken Ik heb die mogelijke oorzaak over het hoofd gezien. uit je hoofd leren zo leren dat je het zonder hulpmiddel weet een gedicht uit je hoofd leren een hard hoofd hebben in pessimistisch zijn over (iets) Ik heb er een hard hoofd in of we de finale zullen halen. je hoofd breken over hard nadenken over (iets) Mijn hoofd loopt om. ik heb het erg druk Mijn hoofd staat er niet naar. ik ben daar niet voor in de stemming hoofd van de tafel korte zijde van de tafel De jarige zit aan het hoofd van de tafel. Thesaurus Vertalingen hoofd chef, inscription, rubrique, tête, chef (de famille), directeur/-trice, en-tête, crâne, directeur hoofd κεφάλι, επικεφαλής hoofd hlava, ředitel hoofd hoved, leder hoofd pää, rehtori hoofd glava, ravnatelj hoofd 長, 頭 hoofd 머리, 우두머리 hoofd głowa, zwierzchnik hoofd chef, huvud hoofd ครูใหญ่, ศีรษะ hoofd baş hoofd cái đầu, người đứng đầu Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|