boven

Thesaurus

boven:

boveninbovenop, daarboven,
Vertalingen

boven

(ˈbovə(n))
bijwoord
beneden op een hogere plaats boven slapen, beneden eten
(het) verwerkt of opgelost hebben de dood van een geliefde te boven komen

boven

oben, über, oberhalbabove, over, upstairs, morethan, ontop, overheaden haut, sur, au-dessus de, par-dessus, au‐dessus de, dessus, au-dessus, ci-dessus, en plus de, plus de, plus haut, à l'étageفَوْقَnad, přesoverάνωθεν, πάνω απόencima de, por encima deyläpuolella, yliiznad, nadsopra・・・の上に...보다 위에, 위에ovenfor, overponadacima de, por cima deнадovanför, överเหนือüstünde, üzerindebên trên, ở trên在...上方, 在...之上 (ˈbovə(n))
voorzetsel
onder hoger dan een afdak boven de deur een bedrag boven de 100 euro kunnen betalen Een directeur staat boven een projectleider.