borg

Vertalingen

borg

Bürgecaution, dispositif de sécurité, garant, garantiecaution (bɔrx)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. iemand die voor je betaalt als je dat zelf niet kunt borg staan voor iemand
2. bedrag dat je eerst moet betalen en later weer terugkrijgt Als je een kamer huurt moet je soms borg betalen.