| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.615.939 Bezoekers. |
|
bon |
0,02 sec. |
|
bon zn m bon (-nen mv) [bɔn]
1 papiertje waarop staat hoeveel je moet betalen;= nota om de bon vragen 2 papiertje waarop staat hoeveel boete je moet betalen;= bekeuring een bon voor te hard rijden 3 papiertje waarmee je iets kunt kopen cadeaubon consumptiebon op de bon slingeren een bekeuring geven De politie slingerde de foutparkeerders op de bon. Thesaurus bon: prent Vertalingen bon Coupon, Zinsabschnitt bon coupon, ticket, bon, bon de caisse, contravention, facture, note, reçu, papillon Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|