boom

(doorverwezen van bomen)
Vertalingen

boom

Baumtree, boom, polearbre, barre, barrière, boom, timon, mât, montantδέντροárbolboom, treдеревоشَجَرَةstromtræpuudrvoalbero나무drzewoárvoreträdต้นไม้ağaçcâyдървоעץ (bom)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud bomen
1. plantkunde een stam met takken beukenbomen kerstboom
een heel grote man
mensen met een hoge functie krijgen veel kritiek
2. een uitvoerig gesprek beginnen