bok


Zoekopdrachten gerelateerd aan bok: geit
Thesaurus

bok:

mannetjesgeit
Vertalingen

bok

Arbeitsbock, Bank, Bock, Gestell, Staffel, Staffelei, Werkstuhl, Ziege, Ziegenbockgoat, easel, workbench, bench, he‐goat, tressle, box, buck, horsebouc, chèvre, établi, bigue, cheval, chevreuil, siège (du cocher)capra (bɔk)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -ken
1. mannelijke geit stinken als een bok
2. iets doms doen; een blunder maken Daar schoot ik me toch een bok!