boeien

Vertalingen

boeien

fetter, shackle, captivate, fascinatecaptiver, absorber, enchaîner, mettre aux fers, passer les menottes (à), intéresser, chaînes, fers, empoigner, ensorcelerбуиboyasbójebojeσημαντήρεςboebøjerbojenالعواماتшамандуриbóias부표浮標浮标bojar (ˈbujə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd boeide , voltooid deelwoord heeft geboeid
1. boeien (1) omdoen Geboeid kwam de verdachte de rechtszaal binnen.
2. iemands aandacht vasthouden Die film boeit me.