bocht

Vertalingen

bocht

(bɔxt)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
plaats waar een weg of lijn buigt De auto rijdt te hard en vliegt uit de bocht. Dat touw hangt in een bocht.
van alles proberen om je doel te bereiken
(van uitspraken) zonder nuances Dat is wel erg kort door de bocht gezegd.

bocht

Biegung, Bucht, Ausschuß, Golf, Haff, Kurve, Meerbusenbend, curve, gulf, refuse, rubbish, waste, bight, inflection, turnvirage, tournant, baie, courbe, méandre, golfe, golf, coude, détour, drogue, inflexiongolfo, curvaاِلْتِوَاءohybkurveκαμπήcurvamutkazavoj曲がり굽은 부분bøyningskrętcurvaизгибböjทางโค้งvirajchỗ cong弯曲 (bɔxt)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
vieze drank Die koffie is bocht.