bluf

Vertalingen

bluf

bluff, hâblerie, vantardise, bidonخِدَاعblufblufBluffμπλόφαblufffarolbluffiblefbluff虚勢엄포bløffmakerblefblefe, bluffобманbluffการแกล้งตั้งใจทำบางสิ่งblöfsự lừa gạt诈骗, 布拉夫布拉夫בלוף (blʏf)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud
1. het beweren dat een situatie waarbij je zelf bent betrokken beter is dan hij werkelijk is Dat is allemaal bluf, hij heeft zijn school niet eens afgemaakt!
2. paarsroze toetje