blij


Zoekopdrachten gerelateerd aan blij: boos
Thesaurus

blij:

vrolijkopgewekt, blijmoedig, welgemutst, opgeruimd,
Vertalingen

blij

frohglad, happyjoyeux, content, content (de), gai, heureux/-euse, joyeusement, joyeux/-euse, réjouissant, aiselieto, feliceسَعِيدrádgladχαρούμενοςcontentoiloinenzadovoljan嬉しい기쁜gladzadowolonycontenteдовольныйgladดีใจmemnunvui mừng高兴的 (blɛi)
bijvoeglijk naamwoord
met een vrolijk gevoel Hij is blij met het cadeautje; hij is er blij mee. Ik wordt er helemaal blij van als ze naar me kijkt.