blank

Thesaurus

blank:

wit
Vertalingen

blank

unbescholten, weißwhite, blankblanc, immaculé, blanc/blanche, inondé, purbiancoen blancoпустойem brancoفارغpusteκενό空白空白ריק空白 (blɑŋk)
bijvoeglijk naamwoord
1. zonder kleur een blanke huid het blanke ras
2. vol water of onder water staan Door de lekkage staat de keuken blank. De weilanden staan blank door de regenbuien.