blijk

(doorverwezen van blijk)
Vertalingen

blijk

Abzeichen, Anzeichen, Kennzeichen, Merkzeichen, Wink, Zeichencharacter, mark, sign, signal, tokentémoignage, preuve, signe, marqueVisa (blɛik)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -en
bewijs, teken Haar komst is een blijk van belangstelling.
iets laten merken door een compliment blijk geven van je tevredenheid