bitter

Vertalingen

bitter

bitterbitter, acerbicâcre, amer, amer/amère, bitter, cruel/-elle, cruellement, très, acide, âpre, saumâtreπικρόςamargo, duroamargoгорький, ожесточенныйamaro, acerbo, birraمُرّhořkýbitterkitkeräoštarにがいbittergorzkibitterขมacıquyết liệt激烈的, горчив (ˈbɪtər)
bijvoeglijk naamwoord
1. met een sterke, nare smaak een bitter drankje
2. scherp, boos klinkend een bitter commentaar
3. pijnlijk voelend een bittere teleurstelling
4. een pijnlijke ervaring