bil

Vertalingen

bil

buttock, cheekfesse, cuisse, hancheArschbackeγλουτόςnalganádeganatica (bɪl)
zelfstandig naamwoord meervoud -len
elk van de twee lichaamsdelen waarop je zit pijnlijke billen van de lange fietstocht
moeten zeggen wat je had willen verzwijgen
je moet de gevolgen accepteren van wat je verkeerd doet