bijkomstigheid

Vertalingen

bijkomstigheid

accessory, side‐issueappendice, accessoire (bɛiˈkɔmstəxhɛit)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud -heden
toevallige en minder belangrijke omstandigheid Zij houdt van wandelen. Dat wandelen gezond is, is een prettige bijkomstigheid.