bijbrengen

Vertalingen

bijbrengen

belehren, instruieren, lehren, unterrichten, unterweisenteach, instillapprendre, enseigner, instruire, imprimer, inculqueraprenderbijbrengenสอนbijbrengenbijbrengenbijbrengen (ˈbɛibrɛŋə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd bracht bij , voltooid deelwoord heeft bijgebracht
1. aanleren iemand goede manieren bijbrengen
2. weer tot bewustzijn brengen met een nat washandje weer bijbrengen