Printer Friendly
Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary
1.786.259.859 Bezoekers.
forum mailing list For webmasters
?
New: Language forums
English
Dictionary
Español
Spanish
Dictionary
Deutsch
German
Dictionary
Français
French
Dictionary
Italiano
Italian
Dictionary
العربية
Arabic
Dictionary
中文简体
Chinese Simplified
Dictionary
Polski
Polish
Dictionary
Português
Portuguese
Dictionary
Nederlands
Dutch
Dictionary
Norsk
Norwegian
Dictionary
Ελληνική
Greek
Dictionary
Русский
Russian
Dictionary
Türkçe
Turkish
Dictionary
?

tijd
(doorverwezen van bij de tijd zijn)

0,01 sec.
tijd
zn m tijd (-en mv) [tɛit]
1 opeenvolging van de momenten tussen vroeger en later
2 bepaald punt in een opeenvolging van momenten;= tijdstip;= moment
3 deel van de opeenvolging van momenten;= periode
lange/geruime tijd
4 rijtje van werkwoordsvormen die het heden, verleden of toekomst aanduiden
de verleden tijd
de toekomende tijd
zeeën van tijd hebben
helemaal geen haast hebben
de tijd aan zich hebben
geen haast hebben
De tijd dringt.
het moet snel gebeuren
De tijd vliegt.
de tijd gaat snel voorbij
de tijd verdrijven
iets doen waardoor het lijkt dat de tijd sneller gaat
Dat heeft de tijd.
dat kan wachten
De tijd zal het leren.
dat zullen we later weten
De tijd heelt alle wonden.
uiteindelijk gaat al het verdriet voorbij
als ik tijd van leven heb
als ik dan nog leef
in minder dan geen tijd
heel snel
na verloop van tijd
als er een periode voorbij is
op tijd komen
op het afgesproken moment komen
hoogste tijd om te vertrekken
het moment is echt daar om weg te gaan
bij tijd en wijle
soms
van tijd tot tijd
af en toe, soms
over tijd zijn
(van vrouwen) niet ongesteld worden op het uitgerekende moment (en dus misschien zwanger zijn)
Heeft u de juiste tijd?
weet u hoe laat het is?
te allen tijde
altijd
te zijner tijd
op een later, nog niet bepaald moment
vrije tijd
de uren en dagen dat je niet werkt
Je tijd is om.
je tijd is voorbij
ten tijde van Filips de Schone
in de periode dat Filips de Schone aan de macht was
uit de tijd zijn
achterhaald, ouderwets zijn
bij de tijd zijn
modern zijn
de hulpwerkwoorden van tijd
de werkwoorden 'hebben', 'zijn' en 'zullen'
Thesaurus
tijd: tijdstip
Vertalingen
tijd Zeit, Tempus
tijd ora, tempo
tijd čas
tijd tid
tijd tiempo
tijd aika
tijd vrijeme
tijd 時間
tijd 시간
tijd tid
tijd czas
tijd tempo
tijd tid
tijd เวลา
tijd zaman
tijd thời gian
tijd 时间


Voeg toe aan iGoogle
Gratis Website inhoud – Webmaster tools

?Pagina hulpmiddelen
Printer vriendelijke
Citeer / link
E-mail
Feedback
 Woord Browser:
?

Disclaimer | Privacy policy | Feedback | Copyright © 2009 Farlex, Inc.
Alle inhoud van deze website, met inbegrip van woordenboeken, thesauri, literatuur, geografie, en andere referentie-gegevens is alleen voor informatieve doeleinden. Deze informatie moet niet worden beschouwd als volledig, up-to-date, en is niet bedoeld om gebruikt te worden in plaats van een bezoek, raadpleging, of adviezen van juridische, medische, of een andere professioneel. Voorwaarden voor gebruik.