bezoeker

Thesaurus

bezoeker:

museumbezoeker
Vertalingen

bezoeker

(bəˈzukər)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s

bezoekster

visitor, callervisiteur, visiteur/-euse, consommateurBesuchervisitatoreزَائِرnávštěvníkbesøgendeεπισκέπτηςvisitantevierasposjetitelj訪問者방문객besøkendegośćvisitanteпосетительbesökareผู้เยี่ยมziyaretçikhách đến thăm访问者, 访客посетител訪客המבקר (bəˈzukstər)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud -s
iemand die bezoekt De Rembrandttentoonstelling heeft veel bezoekers getrokken.