bewoner

Thesaurus
Vertalingen

bewoner

(bəˈwonər)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s

bewoonster

Einwohner, Insasse, Bewohnerinhabitant, compatriot, inmate, residenthabitant, habitant/-ante, locataire, occupant/-ante, détenu, résidentabitante, abitatore, detenuto, residenteمُقِيم, مُقِيمٌobyvatel, vězeňbeboer, indsat / indlagtκάτοικος, τρόφιμοςinterno, residenteasukas, vankistanovnik, zatvorenik居住者, 被収容者주민, 피수용자beboer, innsattrezydent, współmieszkaniecpreso, recluso, residenteжитель, заключенныйintern, vara bosattผู้ถูกกักขังในคุก, ผู้พักอาศัยhükümlü, sakinbạn tù, người dân囚犯, 居民 (bəˈwonster) vrouwelijk meervoud -s
iemand die ergens in woont aan de bewoners van dit pand