beweren

(doorverwezen van beweerde)
Thesaurus
Vertalingen

beweren

behauptenassert, state, claim, purportaffirmer, prétendre, soutenir, alléguer, vouloir, avancerasserzioni, esporre, posizionereclamar (bəˈwerə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd beweerde , voltooid deelwoord heeft beweerd
zeggen dat iets zo is, vaak zonder het te kunnen bewijzen Dat beweert hij nou wel, maar ik geloof er niets van.
met grote overtuiging iets zeggen
volhouden dat iets waar is