bevel

Thesaurus

bevel:

ordercommando,
Vertalingen

bevel

Befehl, Anlaß, Edikt, Gebot, Weisung, Kommandoorder, command, injunctioncommandement, ordreأمْرٌrozkazordreδιαταγήordenkäskynaredbaordine命令, 令状명령, 영장ordrerozkazordem, mandadoприказordningคำสั่ง, รับประกันemirmệnh lệnh定单צו (bəˈvɛl)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -
1. dwingende opdracht bevel tot betaling
2. militair hoogste gezag in een leger het bevel voeren onder bevel staan van de kapitein