| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.768.978.363 Bezoekers. |
|
betrekken |
0,02 sec. |
|
betrekken ww betrekken (betrok enk ovt; is betrokken volt deelw) [bəˈtrɛkə(n)]
1 (van de lucht) met wolken bedekt worden De lucht betrok en het begon al snel te regenen. 2 (van een gezicht) somber worden Haar gezicht betrok toen ze hoorde dat ze een onvoldoende voor wiskunde had. Vertalingen betrekken einwickeln, Einzug, entbieten, hineinziehen, holen, kommen lassen, verwickeln, beteiligen betrekken empêtrer, entortiller, acheter, faire venir (de chez qn), impliquer (qn dans), mêler (à), s'assombrir, se couvrir, s'installer dans, ennuager: s'ennuager, obnubiler, impliquer betrekken يَشمَل betrekken zahrnout betrekken involvere betrekken εμπλέκω betrekken involucrar betrekken kuulua mukaan betrekken umiješati betrekken coinvolgere betrekken 伴う betrekken 필연적으로 포함하다 betrekken involvere betrekken zaangażować betrekken envolver betrekken вовлекать betrekken involvera betrekken เข้าไปมีส่วนร่วม betrekken dahil etmek betrekken dính líu betrekken 涉及 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|