betrappen

Vertalingen

betrappen

befremden, überfallen, überraschen, erwischensurprise, bustsurprendre, attraper, pincersorprendere (bəˈtrɑpə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd betrapte , voltooid deelwoord heeft betrapt
iemand verrassen als hij stiekem iets doet een fietsendief betrappen iemand op een leugen betrappen
iemand verrassen precies op het moment dat hij iets stiekem doet