bestuurder

Thesaurus

bestuurder:

coureursnelheidsduivel,
Vertalingen

bestuurder

(bəˈstyrdər) mannelijk meervoud -s

bestuurster

Fahrer, Chauffeur, Direktor, Fuhrmann, Leiter, Steuermann, Vorsteherdriver, conductor, director, manager, administrator, governor, chauffeuradministrateur, chauffeur, directeur, gérant, exploitant, conducteur/-trice, directeur/-trice, pilote, régisseur, conducteurdirector, administrador, conductordirettore, regista, conducenteسائِقřidičchaufførοδηγόςajajavozač運転手운전자sjåførkierowcacondutor, motorista, driverводительchaufförคนขับsürücütài xế驾驶者, 驱动程序 (bəˈstyrstər) vrouwelijk meervoud -s
zelfstandig naamwoord
1. iemand die een voertuig bestuurt de autobestuurder
2. iemand die bestuurt of in het bestuur zit de bestuurders van de stichting