bestellen

Thesaurus

bestellen:

thuisbezorgenorderen,
Vertalingen

bestellen

bestellen, lieferndeliver, furnish, order, book, reserve, supplycommander, livrer, demander, fournir, retenir, distribuer, faire venirestradare, fornireorden (bəˈstɛlə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd bestelde , voltooid deelwoord heeft besteld
1. vragen om iets te brengen waarvoor je betaalt een kop koffie bestellen Die cd hebben we niet op voorraad, maar ik kan hem wel voor u bestellen.
2. iemand begraven