best

Vertalingen

best

(bɛst)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
zo goed mogelijk doen
een lied voordragen

best

(bɛst)
bijvoeglijk naamwoord
1. <overtreffende trap van 'goed'> Op zondag doe ik mijn beste kleren aan. met de beste wensen
die radio is versleten
2. goed het zijn beste mensen Beste Jan, <informele aanhef boven een brief> Het is een beste jongen, maar wel een beetje sloom.

best

best, besterbestcher/chère, mieux, assez, excellent, le mieux, le/la meilleur/-eure, très bien, très bon/bonne, brave, aïeule, meilleurmiglioreأَفْضَلnejlepšíbedsteβέλτιστοςmejor, el mejorparasnajbolji最もよい최고의bestnajlepszymelhorнаилучшийbästดีที่สุดen iyitốt nhất最好的 (bɛst)
bijwoord
1. goed zich best vermaken
2. toch wel <om een ontkenning tegen te spreken> iemand best wel aardig vinden
3. eigenlijk wel <om iets wat volgt af te zwakken> zich best ziek voelen best wat harder kunnen werken