bespreken

Thesaurus

bespreken:

doorspreken
Vertalingen

bespreken

besprechen, bereden, diskutieren, erörtern, rezensieren, sprechen über, verhandelndiscuss, reserve, review, bookdiscuter, débattre, réserver, critiquer, retenir, faire le compte rendu de, parler de, toucher, traiterdiscùtere, trattare, discutereيُناقِشُdiskutovatdiskutereσυζητώdiscutir, deliberarkeskustellaraspravljati・・・を話し合う토론하다diskutereprzedyskutowaćdiscutirобсуждатьdiskuteraปรึกษาหารือgörüşmekthảo luận讨论לדון討論 (bəˈsprekə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd besprak , voltooid deelwoord heeft besproken
1. spreken over een probleem met de directie bespreken
2. van te voren regelen dat je iets kunt gebruiken een tafel voor twee bespreken een reis bespreken
3. in een krant of tijdschrift een kunstwerk beoordelen een poëziebundel bespreken