beslag

Thesaurus

beslag:

deeg
Vertalingen

beslag

Teig, Pasta, Pastedough, batter, attachment, ironwork, mounting, paste, seizure, studspâte, confiscation, ferrure, garniture, saisie, crampon, pâte à beignetengrudo, masa, rebozadopasta, pastellaعَجِينَة سَائِلَة مِنْ الدَّقِيقِ و البَيْضtěstíčkodejζύμηtaikinatijesto(料理用の)ころも반죽slagmannrzadkie ciastomassa crua, massa crua para frituraтестоsmetส่วนผสมที่ทำจากแป้งนมและไข่sulu hamurbột nhão làm bánh奶蛋面糊עדרстадо (bəˈslɑx)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
1. culinair vloeibaar mengsel van meel, eieren en melk om iets van te bakken beslag voor oliebollen
2. versiering van goud, zilver of koper op meubels en oude boeken een oude hutkoffer met koperen beslag
3. (iets) afpakken omdat het bezit daarvan bij de wet verboden is
veel tijd of ruimte kosten
al zijn aandacht opeisen
4. op bevel van een rechter iemands salaris afpakken om bijvoorbeeld schulden af te betalen