bescheiden

Thesaurus

bescheiden:

nederigootmoedig, papieren, onderdanig, triviaal, documenten, onbetekenend, stukken,
Vertalingen

bescheiden

bescheiden, anspruchslos, diskret, mäßig, verschwiegenmodest, discrete, moderate, reasonable, modestly, demure, humblemodeste, discret, abordable, humble, modéré, raisonable, discret/-ète, modestement, dossier, simplepudico, semplice, modesto, umileمُتَوَاضِعٌpokorný, skromnýbeskeden, ydmygσεμνός, ταπεινόςhumilde, modestonöyrä, vaatimatonskroman謙虚な겸손한beskjeden, ydmykskromnyhumilde, modestoскромныйblygsam, ödmjukไม่ใหญ่โต, ถ่อมตัวalçak gönüllükhiêm tốn朴素的, 谦虚的 (bəˈsxɛidə(n))
bijvoeglijk naamwoord
1. onbescheiden niet verwaand naar mijn bescheiden mening Wees niet zo bescheiden! Pak nog maar een koekje.
2. niet groot of veel een bescheiden pensioen genieten